Nieuw in de Vlaamse codex ruimtelijke ordening

Gewijzigd op 22/05/2012 door Kelly Cuypers

De Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening omschrijft de organisatie van de ruimtelijke ordening in Vlaanderen en geldt voor iedereen met bouw- of verbouwplannen. De codex heeft betrekking op heel Vlaanderen en is sinds 1 september 2009 van kracht, als aanpassing van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Met de invoering van de codex zijn er heel wat dingen veranderd op vlak van ruimtelijke ordening.

Ontdek deze bouwbedrijven

Renovatie dak
© Habitos.be
Windmolenpark
© Habitos.be

Afmeting, inplanting en dak (artikel 4.4.1.)

In een vergunning staat de overheid, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen toe op stedenbouwkundige en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.Afwijkingen wat betreft de bestemming van een perceel, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen kunnen niet.

Stabiliteitswerken (artikel 4.4.2.)

Als je een stedenbouwkundige vergunning hebt voor het uitvoeren van stabiliteitswerken aan een bestaande, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte constructie, kun je een afwijking krijgen op de geldende stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften, ook als deze constructie gelegen is op een perceel opgenomen in het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).

De wachtmuur (artikel 4.4.3.)

Goed nieuws voor bezitters van gronden die niet bestemd zijn voor woningbouw maar die wel grenzen aan bebouwde percelen: je mag hier bouwen als je perceel grenst aan een perceel dat wel bebouwd is en als die woning een wachtmuur heeft. Het perceel mag zich dus in agrarisch gebied bevinden, maar niet in ruimtelijk kwetsbare gebieden zoals natuur- of bosgebied.

Er gelden wel nog andere voorwaarden:

  • De nieuwe woning is van het driegeveltype en wordt aangebouwd tegen de wachtmuur van de bestaande woning op het belendende perceel of de woning is van het gesloten bouwtype en komt op een perceel dat gelegen is tussen twee wachtmuren.
  • Het te bebouwen perceel is maximum 650 m² groot.
  • Het bouwvolume van de nieuwe woning bedraagt maximum 1 000 m².
  • De aanpalende, bestaande woning(en) is (zijn) op het ogenblik van de vergunningsaanvraag voor de nieuwe woning hoofdzakelijk vergund en niet verkrot.

Onder wachtmuur verstaat de overheid een wand die op 1 september 2009 deel uitmaakt van een dubbele wand, opgetrokken op de perceelsgrens of een enkele wand die reeds op 1 september 2009 is opgetrokken tot tegen de perceelsgrens, en die beschermd is door een tijdelijke waterafstotende bekleding.

Beschermde gebouwen

Wie uitbreidings- of andere aanpassingsplannen heeft voor een voorlopig of definitief beschermd monument, stads- of dorpsgezicht of landschap, kan ook een afwijking vragen van de stedenbouwkundige voorschriften. Het beleidsveld onroerend erfgoed moet hiervoor wel eerst zijn goedkeuring geven. Vroeger konden zulke afwijkingen enkel voor gebouwen en met een maximale uitbreiding van 20 %. Deze maximumnorm is nu geschrapt.

Windmolens (artikel 4.4.9.)

Voor gebieden die deel uitmaken van een BPA kan de vergunningverlenende overheid een afwijking van de bestemming toestaan, onder bepaalde voorwaarden. Dit betekent echter geen afwijkingen op de inrichting en het beheer van het gebied. In het kort komt het er op neer dat bijvoorbeeld een landbouwbedrijf in landbouwgebied nu wel een vergunning kan krijgen voor het oprichten van een windturbine of andere installaties voor hernieuwbare energie. Vroeger mochten windturbines niet in agrarisch gebied omdat windturbines niets met landbouw te maken hadden. De overheid moest dan een RUP opmaken, met behoorlijk lange procedures tot gevolg. De codex laat het agrarisch gebied nu sorteren (clicheren) onder een categorie of subcategorie van gebiedsaanduiding, met bepaalde standaardtypebepalingen. Die bepalingen luiden als volgt:
  • Het gebied is bestemd voor beroepslandbouw en alle werken, handelingen en wijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de landbouwbedrijfsuitvoering van landbouwbedrijven zijn toegelaten.
  • Als ze door hun beperkte impact de realisatie van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen, zijn volgende werken, handelingen en wijzigingen ook toegelaten:
    • Kleinschalige infrastructuur om het toegankelijk maken van het gebied voor educatief of recreatief medegebruik, zoals aanleg van paden voor niet-gemotoriseerd verkeer
    • Herstellen, heraanleggen of verplaatsen van bestaande openbare wegen en nutleidingen
    • Instandhouding, ontwikkeling en herstel van natuur, natuurlijk milieu en landschapswaarden
    • Aanbrengen van windturbines, windturbineparken of andere installaties voor de productie van (hernieuwbare) energie of energierecuperatie.
  • De mogelijk effecten van de inplanting ten aanzien van efficiënt bodemgebruik, eventuele verstoring van de uitbating en landschappelijke kwaliteiten moeten beschreven worden in een lokalisatienota en ondergaan een evaluatie.

Met dank aan Gaëtan Maes, kabinet van de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening

Meer info: Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen, de Vlaamse Overheid, beleidsdomein RWO
 


Meer informatie op de website van deze bedrijven